Universitair kleuteronderwijs

Er worden door hoe langer hoe meer mensen waarnemingen aangedragen die onomstotelijk blootleggen dat ons onderwijs achteruit aan het boeren is. Meestal gaat het dan over de inhoudelijke visie op de doelstellingen, de eindtermen, het onmiddelljke nut van vakken, dat soort dingen. Dat we het niet slechter doen dan de ons omgevende landen maakt niet uit. Het is integendeel een kans om boven onze buren uit te stijgen door zelf beter te doen. En ja, ik ga er volledig mee akkoord dat de teloorgang van Latijn en Grieks een enorme verarming is, niet om die talen te gaan gebruiken maar wel omwille van de vorming van het analytisch denkvermogen en het loslaten van de wortels waaruit onze samenleving gegroeid is zoals Bart de Wever in de Standaard van 6 september jongstleden aangaf.

 

De groeiende kritiek die op het onderwijs te lezen is beperkt zich meestal tot de eindtermen van het gedeelte “schoolplicht”. Ik moet echter vaststellen dat het hoger en hoogste onderwijs in hetzelfde bedje ziek zijn, zoniet terminaal ziek. Als ik zie dat studenten vandaag te horen krijgen dat ze “het boek niet moeten kennen, dat de slides genoeg zijn” moet ik twee keer slikken.

 

Ik prijs me buitengewoon gelukkig dat ik mijn bul heb mogen verdienen in persoonlijke konfrontaties met de hoogleraren in hoogsteigen persoon, de enigen die tot op heden in staat zijn met vragen en met op de gegeven antwoorden gesteund gericht doorvragen kunnen peilen naar niet alleen wat de student weet maar ook naar wat hij kent, in hoeverre hij met die kennis kan spelen en of hij in staat is op een juiste manier verder te denken dan wat in de colleges werd meegegeven. Dat is de grondslag zelf om graden te kunnen verlenen.

 

En ik prijs me even gelukkig dat alles in mijn moedertaal gebeurde zodat er geen enkele nuance verloren gegaan is in het bekende traduttore traditore. Hier is duidelijk op alle fronten kwaliteit opgeofferd aan kwantiteit, alle drogredenen zoals de zogenaamde internationale uitstraling ten spijt: alsof kwaliteit afhankelijk zou zijn van de aankleding en niet van de inhoud, zie de kleren van de keizer. Prestaties gaan vxf3xf3r prestige zoals de kost gaat vxf3xf3r de baat. Dat betekent kwaliteit, kwaliteit en nog eens kwaliteit. Bij elke vertaling gaan er finesses verloren en als een nederlandstalige wetenschapper zijn gedachten eerst moet vertalen naar een lingua franca (eerste rendementverlies), ze moet overdragen naar studenten (tweede rendementsverlies), en die studenten ze weer moeten omzetten naar hun moedertaal (derde rendementsverlies) dan weet je zuiver technisch reeds dat de kwaliteit van het resultaat niet kan tippen aan rechtstreeks in de moedertaal overgedragen kennis. Simon Stevin die de motieven ten gunste van het gebruik van het “Duytsch” uiteengezet heeft in de inleiding tot De Weeghconst onder de kop: Uytspraeck van de weerdicheyt der Duytsche tael vond Nederlands zelfs het meest geschikt als voertaal van de wetenschap door de vormingswijze van woorden en samenstellingen. Daarom verrijkte hij het Nederlands met een hele rits eigen woorden ommedat al de werelt gheen latijn en can. De man draait zich om in zijn graf.

 

De grootste schande zijn de meerkeuzevragen, dieper kan je niet vallen. Je kan de resultaten van zo een “onderzoek” enkel toepassen op populaties in hun geheel en nooit, maar dan ook nooit op een individu en dxe1t is waar het om gaat als je iemand een getuigschrift van bekwaamheid moet geven, toch? Wxe9g de mogelijkheid om door woord en wederwoord te peilen hoe diep iemand de leerstof opgenomen heeft. Er zat ook statistiek in mijn vorming en ik weet dus zeer goed dat de manier van steekproeven, giskorrekties en al de wat daar nog bij hoort niet meer of minder zijn dan laag bij de gronds boerenbedrog, symptomen van de ontoereikendheid van het onderwijssysteem. Dat soort proef meet de gemiddelde kwaliteit van de lessen in plaats van de kwaliteit van de individuele student. Populatieverwisseling heet dat, een van de bekendste valkuilen waar geen ernstige onderzoeker nog mag intrappen.

 

Ik weet het wel, er is een wanverhouding ontstaan tussen de aantallen studenten en onderwijzend personeel. Dat mag echter geen reden zijn om het onderwijs te laten verloederen en de toetsen te degraderen tot nog minder dan kwisvragen: vragen die zelfs niet in de nabijheid komen van een behoorlijk meten wat de studenten weten, laat staan kennen. Zoiets is alleen goed om kleuters bezig te houden.

 

Wanbeleid is niet de manier om een wanverhouding recht te trekken. Als het waar is en ik geloof dat het waar is, dat de toekomst van een samenleving ophangt aan de vorming van haar leden dan moeten er ernstige offers gebracht worden om die vorming inhoudelijk en struktureel op peil te krijgen en dat begint met voldoende onderwijzend personeel, wel te verstaan bekwaam onderwijzend personeel voor zover dat nog te vinden en te motiveren is tussen al wat er de mist ingegaan is en nog ingaat.

5 november 2011
By on 14:26
Verantwoordelijkheid

In een demokratische staat heeft een verkozene slechts één plicht met een daarmee overeenstemmende verantwoordelijkheid: de belangen van zijn kiezers verdedigen bij de staat. Als die belangen dan door 90% van het terzake doende parlement goedgekeurd zijn, dan moet je eerlijk genoeg zijn om de belangen van de kiezers ook als het leeuwenaandeel van de belangen van de overeenstemmende bevolking te beschouwen.

In een diktatoriale staat heeft een verkozene eveneens slechts één plicht met een daarrmee overeenstemmende verantwoordelijkheid: de belangen van de staat verdedigen bij de bevolking.

Als je nu overal van de daken hoort schreeuwen dat partijen, onderhandelaars en tutti quanti hun verantwoordelijkheid moeten opnemen, dan vraag ik me toch af welke verantwoordelijkheid er bedoeld wordt want die verduidelijking wordt zedig verzwegen wat bij de mensen insinueert dat het de tweede soort is die hun belangen dient. Zoiets noemen we volksverakkerij op zijn Khadafi’s.

17 april 2011
By on 11:18
De AHA-Erlebnis

Ik was aangenaam verrast vanwege Guy Tegenbos in De Standaard van 6 maart jongstleden te mogen lezen:

Vlamingen denken calvinistischer: zij vragen zuiverheid. Het noorden vraagt veel vaker het ontslag van een politicus dan het zuiden. Franstalig Belgixeb is 'katholieker'. De regels txe9 streng toepassen, ach dat hoeft niet; alleen wie zonder zonden is, mag de eerste steen werpen, en wie is nu zonder zonden? Via de stille biecht kunnen zonden trouwens vergeven worden.

Vlaanderen heeft ook sympathie voor de Angelsaksische rechtspraak: het volstaat dat algemene rechtsbeginselen geschonden zijn om te kunnen veroordelen. De Latijnse rechtspraaktraditie, die in het zuiden onbetwist is, zegt: wat niet formeel verboden is, is toegestaan.

De Vlaamse regering plaatste die laatste opmerking in een van haar studies verkeerdelijk in een Vlaams-Nederlandse kontekst terwijl het in werkelijkheid om een Romaans-Germaans kultuurverschil gaat.

Niet dat Guy plotseling van zijn paard gebliksemd is om apostel van het kultuurnationalisme te worden, verre daarvan. Hij krijgt trouwens ondertussen met zijn uitspraak van links en rechts fors de wind van voren, iets te vroeg denk ik. Hij mag dan het volle licht (nog) niet gezien hebben, hij heeft in elk geval nattigheid gevoeld en is goed op weg: hij plaatst het kultuurverschil terecht niet op de rijksgrens maar op de taalgrens. Niet dat Vlamingen Calvinisten zouden zijn, daar heeft de Inquisitie wel een stokje voor gestoken. Maar de vraag rijst niettemin waarom Jehan Cauvin zoals hij bij zijn geboorte heette met zijn leer meer dan in de Oise voet aan de grond kreeg in Vlaanderen van waaruit zijn leer als een tsunami naar het Noorden oprukte. De voedingsbodem moet er geweest zijn al zijn de planten door onkruidverdelger Filips in wat hij kon bemeesteren deskundig uitgeroeid. Blijft dat er in De Standaard eindelijk iemand mag schrijven dat het niet om taal gaat maar om kultuur, waarvan taal slechts het meest zichtbare herkenningsteken is zoals ik al eerder betoogde. Nu nog inzien dat kultuur het doeltreffendste scheidend principe is om samenlevingen voorspoedig te houden en we zijn er. Een unieke kans voor De Standaard om zijn verloren eer terug te winnen.

12 maart 2011
By on 06:02
Geert inzake Bart

Ik ken Geert Buelens niet, behalve wat er in naslagwerken over hem te vinden is. Ik heb dus geen zicht op zijn achtergronden noch beweegredenen, laat staan op het soort bril waardoor hij kijkt als hij ergens verslag over doet. Ik kan alleen zeggen dat zijn artikel me de wenkbrouwen heeft doen fronsen.
 
Ik ken Bart de Wever niet, behalve zijn partijprogramma. In gesprekken daarover is me opgevallen dat hij de Groot-Nederlandse boot afhoudt met de opmerking dat het de beste manier is om de kiesdrempel niet te halen. Diepergaander gesprekken zijn er daarover bij mijn weten ook niet.
 
Ik ben net als die twee heren afkomstig uit het Antwerpse, ik heb bovendien familiale banden in Nederland, ik heb ook in Nederland en voor Nederlanders gewerkt en in Vlaanderen half om half met Nederlanders samengewerkt. Vandaar die gefronste wenkbrouwen want van wat er in het artikel staat klopt er niets maar dan ook werkelijk niets met mijn eigen ervaring, die vergeleken met die van beide heren in termen van leeftijd meer dan de helft groter en in termen van veldwerk (dus na afstuderen) wellicht drie keer zo groot is. Hoe zou dat komen? Nou wil ik Geert wel het voordeel van de twijfel gunnen en aannemen dat de nonsens die er in zijn artikel staat niet van hem komt maar van Bart. En ook dat moet je niet willen uitvergroten: de partij van Bart vertegenwoordigt pakweg een derde van de Vlamingen en in zijn partij zitten er zelfs (openlijke zowel als rationele) Orangisten, net zo goed als in andere partijen (liberalen en groenen misschien uitgezonderd, daarin weet ik er geen zitten).
 
Je kan maar beter niet uit het oog verliezen dat waar Bart zijn gezicht ook maar even laat zien, hij bekeken wordt als partijleider die het inderdaad moet hebben van kiezers en het is nog niet zo lang geleden dat hij de kiesdrempel niet haalde. Hij moet dus op eieren lopen en ik vrees dat hij zich daarbij jammerlijk mistrapt heeft. Je kan je dus beter afvragen of de hem toegeschreven uitlating dat "de" Nederlander (als die al bestaat) niet wezenlijk verschilt van "de" Franstalige Belg (als die al bestaat) wel steek houdt. Niet dus. Heeft hij dat xe9cht zo gezegd? Want de betrouwbaarheid van de pers is nul komma nul konform het Pravda-gehalte dat de hele Belgische pers zonder uitzondering vandaag heeft. We kunnen beter wat minder veralgemenen, zeker vanuit politiek standpunt: het volstaat de politieke landschappen van Nederland, Vlaanderen en Wallonixeb naast elkaar te leggen om het waanzinnige van dat soort indoktrinatie als een feit te aanvaarden. Er is – zeker weten – een kultuurkloof tussen Nederland en Franstalig Belgixeb die er niet is tussen Nederland en Vlaanderen. Je moet stekeblind zijn of te kwader trouw om dat niet te (willen?) zien. De mantra dat Vlamingen geen kulturele band zouden hebben met Nederlanders is niet alleen door iedereen met meer dan boven-debiel verstand natrekbaar historisch onjuist, maar ook vandaag de dag een zware uitschuiver in de ogen van al wie gespreid over de rijksgrens woont, werkt en dus wxe9l weet waarover het gaat. Zelfs als die band er "nooit" geweest zou zijn – quod non – dan is die kulturele band vandaag springlevend aanwezig: Dalrymple's geheel van normen en waarden zijn in de noordelijke xe9n in de zuidelijke Nederlanden identiek en dat is wel heel wat meer dan alleen maar gelijklopend. Voeg daarbij de zuiver rationele overwegingen inzake "ekonomie en centen", dan hoef ik er geen tekeningetje meer bij te maken.
 
Je kan ook beter niet uit het oog verliezen dat het politieke wereldje in Belgixeb zxf3 verziekt is dat er vooral in Vlaanderen een meerderheid ontstaan is voor wie het allemaal worst mag wezen en die er haar tijd niet meer aan wil verspillen, laat staan er woorden aan vuilmaken. De groep die wxe9l nadenkt polariseert zich rond ofwel het (progressieve?) status quo ofwel de twee bekende plannen: plan "B" in het Franstalig landsgedeelte en (konservatief?) plan "N" in Vlaanderen.

7 december 2010
By on 07:12
Hooggeleerde pubers

Laatst hoorde ik een hooggeleerde heer de optie Nederlands als enige taal in het hoger onderwijs afschieten met het argument: Zij laat onvoldoende toe dat de studenten op hun niveau deelnemen aan de onderzoeksgemeenschap door hen in een passieve rol te plaatsen ten opzichte van het debat in een andere forumtaal; zij heeft ook tot gevolg dat de afgestudeerden niet goed uitgerust zijn om hun plaats in een geglobaliseerde maatschappij op te nemen.

Ik wist niet wat ik  hoorde…

De man pleitte voor wat hij een beleid dat vertrekt van een kwalitatieve complementariteit noemde waarin vanaf het laatste semester van de bachelor een forumtaal ingevoerd wordt die moet zorgen voor een passieve kennis van die forumtaal, in de master gevolgd door zowel Nederlandstalige als anderstalige opties waarbij gewaakt moet worden over het juiste evenwicht. Hij voelde dus nattigheid maar liet na te zeggen wat dat evenwicht dan wel zou moeten zijn.

Ik wist niet wat hij bedoelde…

Exe9n toehoorder uitte daarop met akademische omzichtigheid zijn twijfels over de taalvaardigheid van professoren, waar onze hooggeleerde heer zich met "strenge criteria" vanaf maakte. Het is trouwens veel meer dan dat. Met uitzondering van de fakulteiten die vreemde talen bestuderen is de universiteit geen taalinstituut maar wel een instelling waarin studenten zich met de grootst mogelijke diepgang een welbepaalde wetenschap eigen maken. Er zit in de optie van onze hooggeleerde heer een drievoudig rendementsverlies in termen van kennisoverdracht en dat ondermijnt die diepgang, hoe je het ook draait of keert.

1. Er is om te beginnen de terecht gemaakte opmerking inzake de taalkennis van de hoogleraar. Ongeacht hoe goed hij de forumtaal ook moge beheersen, er treedt onvermijdelijk een rendementsverlies op bij de omzeting vanuit zijn moedertaal naar de forumtaal. Daarbij gaan onherroepelijk details, nuances en subtiliteiten verloren die juist bepalend zijn voor de diepgang die je van een universiteit mag en moet kunnen verwachten. Traduttore traditore noemen de Italianen dat. Les geven in een andere dan je moedertaal is een domme kwaliteitsvermindering die je kan missen als de pest.

2. Er is het niet te vermijden rendementsverlies eigen aan de kennisoverdracht op zich tussen twee personen, zelfs als die met elkaar dezelfde moedertaal spreken. Je kan dat tot een minimum beperken door de fijnste registers van de taal te bespelen maar helemaal uitsluiten kan je het niet: in de moedertaal niet en in een vreemde taal al helemaal niet.

3. Tenslotte is er de taalkennis van de student waar hetzelfde probleem optreedt als bij de hoogleraar maar dan normaal gesproken een tikkeltje erger en bovendien nog eens verschillend van student tot student. Dit is het grootste rendements- en kwaliteitsverlies dat niet gekompenseerd wordt door de beoogde groei in kennis van de forumtaal. Hier wordt een hoop energie die toekomt aan de "meester"-vorming verspild aan overigens uit de lucht gegrepen taalverrijking. Er wordt hier een winst voorgespiegeld waar het in werkelijkheid om een enorm verlies gaat. In de handel noemen we zoiets zwendel.

Ik ben er oneindig dankbaar voor dat ik xe9xe9ntalig Nederlands universitair onderwijs heb mogen genieten. Vreemde talen kwamen daar slechts bij kijken voor zeer beperkte vakliteratuur die ik op eigen tempo kon doorgronden zonder het leerpad zelf daarmee te belasten. Het heeft me niet belet een internationale loopbaan uit te bouwen met vertakkingen tot in het Verre Oosten en Zuid-Amerika en in de gevallen waarin ik een diepere vreemde taalkennis nodig had heb ik die niet als krakkemikkig bijverschijnsel van mijn kursussen verworven maar wel in een gespecialiseerd taalinstituut, voorzien van alle infrastruktuur tot tolkenkabines toe. Daar leer je een taal op een manier dat je goed uitgerust bent om je plaats in een geglobaliseerde maatschappij op te nemen en nergens anders. De rest is boerenbedrog.

Die de hemel ingeprezen kwalitatieve complementariteit is waardeloos want nog min nog meer dan onwaar zoals mijn eigen wereldwijde ervaring leert en ze is bovendien waardenloos omdat ze getuigt van een verfoeielijk minderwaardigheidskompleks en van een soort schaamte die te vergelijken is met de schaamte over hun ouders die sommige pubers vertonen ten aanzien van de buitenwereld. Een universiteit hoort daar boven te staan want haar opdracht is: onderwijs, onderzoek en dienstverlening aan de samenleving. In de Lage Landen is die samenleving Nederlands en de dienstbaarheid aan die samenleving eist dat alle wetenschappelijke hoogstandjes zonder uitzondering in het Nederlands zowel naar die samenleving overgedragen als wereldkundig gemaakt worden. Laat de achterblijvers het maar vertalen zoals wij ook moeten doen met de hoogstandjes uit andere kulturen. Zo en op geen enkele andere manier zetten we onze samenleving en onze Nederlandse eruditie op de wereldkaart en krijgen we het aanzien dat we verdienen. Het is er erg mee gesteld als de kwaliteit van onze wetenschappelijke prestaties in plaats van op haar inhoud beoordeeld wordt op haar taalverpakking.

28 november 2010
By on 07:17
Kop van Jut

Jef Vermassen had volgens Jo van Damme eenstemmig gejuich en schouderklopjes verwacht. Niet, dus: hij werd kop van Jut en hij is daardoor verbijsterd. Hoezo, verbijsterd?

Wie nou denkt dat ik Jef Vermassen de oren ga wassen heeft het mis, de man doet gewoon zijn werk. Een advokaat moet zijn klixebnt verdedigen. De waarheid zoeken is niet zijn opdracht, dat is de opdracht van rechters en bij uitbreiding jurieleden. Een advokaat mag dus alle mogelijke argumenten uit de kast te halen die in het voordeel van zijn klixebnt pleiten, inbegrepen de in het gerecht zelf ingebouwde rotzooi. Denk maar aan het rekken van een rechtsgang tot over de verjaringstermijn om maar iets te noemen. Dat neemt natuurlijk niet weg dat je daar volkomen terecht etische vragen bij kan stellen want het staat elke advokaat vrij zo onetisch te handelen als hij maar wil, zolang hij maar binnen de perken van de wet blijft: de "schuld" bestaat en die is in de rechterlijke macht zelf ingebakken, met name door de wetgever die haar op drijfzand heeft gebouwd. Wat Jef Vermassen overkomt is wat iedere advokaat normaal meemaakt vanuit de kant van de tegenpartij.

Wie er niet zo gemakkelijk mee weg komt is de jurie. Als die haar "eer en geweten" zover kan laten ondersneeuwen dat ze zelfs de belangrijkste poot waarop de rechtspraak steunt doodleuk afzaagt, dan is er reden te over om te twijfelen aan haar rechtskennis en rechtzinnigheid. Eigenlijk zou iedere burger in eer en geweten moeten weigeren op te treden in zo een parodie. Dan kunnen advokaten zich beperken tot bewijsvoering in plaats van op het buikgevoel van rechtsonkundigen te mikken. Wat een rechtvaardige rechter wel kan en een jurie niet is aan etisch laakbare pleidooien weerstaan zoals het spelen op emoties in plaats van op feiten en zeker op het verkrachten van een van de meest fundamentele rechtsbeginselen, met name dat niemand schuldig is zolang zijn schuld niet bewezen is. Dat mag dan van 1900 dateren, iemand tot de brandstapel veroordelen op basis van aanwijzingen dateert van de Inquisitie (1481). Tegenpartij is hier de hele met willekeur en rechtenloosheid bedreigde sameleving en daarom is wat Jef Vermassen overkomen is een volkomen normale en terechte reaktie van die welbepaalde tegenpartij. Niks om verbijsterd over te zijn.

4 november 2010
By on 04:56
Kromspraak

Het gerecht heeft al langer een slechte naam.

Niettemin heb ik er in geloofd totdat een regeringsleider open en bloot verkondigde dat hij net zolang zou zoeken tot hij rechters zou vinden die zijn politieke tegenstanders wilden veroordelen, en daarin geslaagd is ook. Weg de scheiding der machten. Weg ook de rechtszekerheid voor de burger. Het verwonderde me dan ook niet Jean-Pierre Rondas in zijn pamflet Suxefcidale dialoog en rotte compromissen te horen zeggen Een collega vertelde me onlangs dat hij wel begrip had voor wat ik aan het doen was, en in deze materie ook graag een persoonlijk en onafhankelijk meningenapparaat wou ontwikkelen, maar dat hij nu eenmaal nog schoolgaande kinderen had. Herman de Bode kan er over meespreken: McKinsey blijkt op politieke gronden te handelen in plaats van op ekonomische wat deze raadgevers gelijk onbetrouwbaar maakt. De kanker woekert dus niet alleen in het gerecht. Een magere troost voor de rechtzoekende burger. Zegde Liekendael in 1996 niet dat rechters elke schijn van partijdigheid moeten mijden als de pest? Niet te verwonderen dat ze bij haar oprustgaan haar ontgoocheling uitsprak over de rechtstaat waarin ze geloofd had. Ik zou echt niet weten welk gerecht ik mag vertrouwen.

De genadeslag kwam gisteren. Een burger wordt veroordeeld zonder bewijs en dat wordt nog bejubeld ook. Zo diep zijn we gevallen. Begrijp me niet verkeerd: het is best mogelijk dat die burger inderdaad schuldig is, dat is het punt niet maar die schuld hoort in onze rechtsorde bewezen te worden. Er zijn al gerechtelijke dwalingen genoeg. Het punt is dus wel dat ik als burger van een misdaad beschuldigd en ervoor veroordeeld kan worden wanneer ik stomweg op het verkeerde ogenblik op de verkeerde plaats ben, ik de gelegenheid en de nodige kennis heb om een misdaad te begaan, ik ook een slecht karakter heb en iets dat als motief zou kunnen dienen en er geen andere kandidaat-misdadigers komen opdraven. Het is niet eens meer nodig bewijzen te hebben, de waarschijnlijkheid volstaat blijkens de motivatie. Dat maakt me bang. Willem Vermandere mag een vervolg schrijven op zijn Bange blanke man met name: Bange rechtenloze burger.

Er is werk aan de winkel, struktureel werk. De scheiding der machten moet absoluut gemaakt worden zodat telefoontjes xe0 la Fortis niet meer kunnen. De jurierechtspraak moet verdwijnen want als de "gewone man" zijn in de hemel geprezen gezond verstand zo gemakkelijk kan laten benevelen door een pleidooi dat bewijsvoering ondergeschikt maakt aan waarschijnlijkheden dan hebben we niet langer met recht maar met standrecht te maken. Rechtspraak ontaardt dan in een lynchpartij. Daar moeten we vanaf al was het maar omdat waarschijnlijkheid slechts een schijn van waarheid betekent en de mogelijkheid openlaat dat de ware misdadiger ongestraft blijft rondlopen en een gevaar voor de samenleving blijft vormen. We hebben zekerheid nodig in plaats van waarschijnlijkheid en we hebben daarvoor rechtvaardige rechters nodig: recht vereist onpartijdigheid en vaardigheid vereist ervaring. Onkreukbare beroepsrechters dus in plaats van goedgelovige gelegenheidsrechters.

21 oktober 2010
By on 08:53
Wat kan het daglicht niet velen?

Ik heb mijn loopbaan lang projekten geleid. Dat houdt in dat je verschillende mensen doet samenwerken in de realisatie ervan. De vroegere stijl was “ieder voor zich”, waarmee ik bedoel dat iedereen binnen zijn eigen vakje deed wat hem opgedragen was. Ik heb hemel en aarde moeten verzetten om de gedachte erin te krijgen dat zoiets niet werkt: er zijn te veel variabelen die deze statische manier van werken kunnen doorkruisen en dwarsbomen. Kommunikatie is een conditio sine qua non om vooruit te kunnen gaan. En daar blijft het niet bij want die boodschap werd nogal eens txe9 beperkt gexefnterpreteerd: in het hokjesdenken was het nog teveel de regel dat de kommunikatie altijd door de projektleider gefilterd moest worden. Onvolledige kommunikatie dus. En als er dan iets misliep begon het ping-pong spel: hij heeft het gedaan, meneer… Ik heb lang alleen gestaan met de boodschap dat xe1lle betrokkenen zonder enige uitzondering volledig op de hoogte moeten zijn van al wat wie dan ook in een projekt doet en hoe die mensen of bedrijven vorderen zodat iedereen onmiddellijk kan inspelen op welke hapering dan ook. Ik ben er trots op dat ik op die manier al de mij toevertrouwde projekten zonder uitzondering heb kunnen opleveren binnen de grenzen van de twee budgetten, met name tijd en geld want tijd is ook een budget. “Mogen” opleveren moet ik eigenlijk zeggen want xe9xe9n keer werd het winning team om mij verder onbekende redenen van hogerhand dooreen geschud waarbij ik een ander projekt toegewezen kreeg. Het resultaat laat zich raden: het gewijzigde team eindigde met weken vertraging (alleen al door de nodige inlooptijd), een open oorlog met een van de aannemers en de dreiging met een rechtzaak. Never change a winning team is geen loze slogan, het is gekonsolideerde professionaliteit.

Ik zit daaraan te denken als ik de kreet hoor dat alleen “radikale diskretie” de regeringsvorming kan doen slagen. Wablief? Die onderhandelaars vertegenwoordigen hun kiezers, toch? Dus moeten die kiezers nog vxf3xf3r er ook maar enige optie genomen wordt het projekt “regeringsvorming” tot op het bot kunnen volgen en beoordelen. Diskretie is in deze kontekst noch min noch meer dan gesjoemel, laag bij de gronds bedrog: er is niks, maar dan ook niks dat toegedekt mag worden als je namens je kiezers aan de onderhandelingstafel gaat zitten. Geen wonder dat het vertrouwen zoek geraakt. Je ziet dat alleen al aan de beschuldiging van “woordbreuk” ten aanzien van wie alleen waterdichte afspraken wil aanvaarden.

Er is maar xe9xe9n manier om uit de krisis te geraken: openheid. Dat wil zeggen dat de motieven van zowel voorstellen als weigeringen open en bloot in real time met alles erop en eraan openbaar gemaakt worden zodat de bevolking ononderbroken weet wat er speelt en waarbij enkel en alleen afspraken die ondubbelzinnig in termen van tijd en geld vastgelegd zijn in een uiteindelijk akkoord mogen zitten. Als dat spel eerlijk gespeeld wordt moet niemand bang zijn voor de goedkeuring van de bevolking via haar vertegenwoordigers. Verstoppertje spelen en taktische bewegingen horen thuis in een oorlog, niet in een demokratisch beslissingsproces.

20 september 2010
By on 11:36
Uitvergroten

Mijn vader zaliger werkte voor een bedrijf in de fotografische sektor. Hij heeft me niet aktief die richting uitgestuurd maar ik heb zelf uit zijn nagelaten materiaal een estetisch besef opgegraven dat hij zelf niet bevroed had omdat het voor hem zuiver om de techniek ging. Voor mijn vrouw ziet de natuur er heel anders uit als je je verdiept in hoe alles daarin samenhangt en daar kom je pas achter door naar details te kijken en die details kan je maar zien als je die met mijn vaders techniek gaat uitvergroten: dan ontdek je de estetiek waarin we leven en gelijk ook de leugenachtigheid van een heleboel “maakbaarheden”. Dit als achtergrond van wat ik verder wil uitwerken: uitvergroten is een prachtmiddel om letterlijk tot een dieper begrip te komen op xe9xe9n voorwaarde, met name dat je de kontekst, de ruggengraat niet uit het oog verliest.

Ik heb me (vanuit het “met rede begaafd menselijk wezen” dat we met zijn allen heten te zijn) zwaar geschoffeerd gevoeld door twee nota bene wijsgeren (op totaal verschillende terreinen: een moraalfilosoof en een kultuurfilosoof die ik geen van beide met name ga noemen omdat ik ze allebei zowel menselijk als beroepsmatig uitermate hoogschat) maar met xe9xe9n gemeenschappelijk hinderlijk gebrek: de ontkenning, zelfs haat tegen wat de wortels zijn waarop hun eigen bedenkingen gegrondvest zijn. En als je de fundamenten onder een huis uithaalt stort het in…

Bij de moraalfilosoof was het zijn onvermogen om een moreel verschil te zien tussen het voorkomen en het afbreken van een zwangerschap, bij de kultuurfilosoof was het zijn onvermogen een kultuur hoger in te schatten dan de menselijke zwakheid van zij die die de bewuste kultuur belichamen. In beide gevallen gaat het om het uitvergroten van persoonlijke frustraties tot algemeen geldende wetmatigheden en het daaraan gekoppelde uitsmeren van de gebreken van een lager nivo over het overkoepelende geheel. Nou mag je me doodschieten maar als (tot mijn spijt althans in die ervaringskontekst twijfelachtiog te noemen) “erudiete” mensen in hun eigen vakgebied op zo een hersenloze manier doorschieten dat zelfs (niet alleen) leken het doorkrijgen, ja, dan begin je je vragen te stellen, vragen die zxf3 ontluisterend zijn dat je uiteindelijk gaat twijfelen aan de waarde zelf van akademische diploma’s. En ik schrijf dit als eveneens akademisch gediplomeerde met weerzin neer want dat ondergraaft de idealen waarvoor je je hebt willen inzetten en dat doet enorm veel pijn. Je gaat je bijna schamen omdat je een akademisch diploma behaald hebt en dat is een doordenkertje in de zin van wat is dat “officixeble” papiertje eigenlijk wel waard in een wereld waarin een “officixeble” verklaring bijna automatisch de vraag oproept van “ja, maar wat is het in werkelijkheid?”

Nou kan iedereen zich vergissen, daar is niks mis mee. Maar een “vergissing” die steunt op flagrant onware of zelf-aangemaakte “feiten”, veronderstellingen, tot zelfs bewuste leugens maken dit soort “geleerden” volsterkt ongeloofwaardig, ongeacht de ongetwijfeld korrekte stellingen die ze af en toe xf3xf3k verkondigen: de kunst van het liegen bestaat erin je leugens in voldoende waarheid te verpakken zodat het eindresultaat aanvaardbaar oogt, nietwaar dames en heren spindoctors?

Twee zaken hebben me vandaag aan het denken en tengevolge daarvan aan het schrijven gezet.

Eerst het pedofilieschandaal. Het stoot me tegenn de borst dat het onmetelijke leed van de slachtoffers MISbruikt wordt als alibi om xe9xe9n instituut aan te vallen alsof het geen breed verspreid maatschappeljk onheil zou zijn dat ten tijde van de feiten zelfs opgehemeld werd als vanzelfsprekend door een deel van wie vandaag klokkenluider speelt. De hoofdletters zijn van mij omdat ik de hypokrisie ervan niet te dragen stuitend vind. Dat daarvoor illegale praktijken gebezigd worden, mensen in hinderlagen gelokt worden en vertrouwelijke gesprekken in de openbaarheid gegooid worden zonder toestemming van xe1lle betrokkenen gaat ieder menselijk medelevingsgevoel te boven en te buiten. Elke bewijskracht gaat daardoor niet alleen verloren (denk maar aan de ongeldige inbeslagnemingen) maar stort ook de pers die dat allemaal zomaar overneemt in de afgrond van de sensatiezucht. Van een verdediging ontaardt het in een haatcampagne en daar is niemand mee gediend, de slachtoffers niet en de waarheid al helemaal niet. Het stinkt langs xe1lle kanten met de nadruk op het woord “xe1lle” voor wie het nadruksaksent niet opgemerkt heeft en dat is nergens goed voor, in de eerste plaats niet voor de slachtoffers.

In de tweede plaats de politieke soap. Ook hier twee bedenkingen over het afspringen van de regeringsonderhandelingen (van een formatie was er nog niet eens sprake). Eerst de eis dat er betaald zou moeten worden voor de toepassing van de grondwet wat me doet denken aan de afpersers die winkeliers afdreigen om te betalen voor “beveiliging” tegen overvallen. Verder de weigering om steun aan regio’s onder te brengen in wat de ter herschrijven “financieringswet” heet waarbij zelfs een daaraan tegemoekomende overgangsmaatregel die tot twee jaarr vogelgelvrijheid voor Brussel opgetrokken werd niet te slikken blijkt. En als kers op de taart: wie niet in die chantage wil meestappen beschuldigen van “woordbreuk”. Vanop enige afstand bekeken is dit alles niets meer dan een doodstrijd van een van de vele firma’s List&Bedrog. Niet Elio moet zijn ontslag aanbieden maar Albert samen met al zijn akolieten.

4 september 2010
By on 15:27
Het ijsberg-beeld

De sociologie leert ons dat een samenleving des te harmonischer werkt naarmate er minder diepgaande tegenstrijdige elementen zitten in de samenstelling ervan. Stamp ik daarmee een open deur in? Ja voor wie samenlevingen bestudeert, neen voor de politieke klasse, voor belangengroepen, voor partijen en ga zo maar door. Ik geloof dus niet in het dogma dat de multikultuurklutsers prediken. Op landelijke schaal faalt dat jammerlijk: in het kleine Belgixeb, in het grote Europa en ik zou niet weten waarom het in de daartussen liggende Benelux anders zou zijn ook al zou je Europa als een misgroei van de Benelux beschouwen. Alleen in grootsteden die uit de aard der zaak ontmoetingsplaatsen bij uitstek zijn heeft de multikultuur een kans en dan nog alleen op de erg broze voorwaarde dat de gasten niet proberen het huis over te nemen en hoogstens zelfbeschikking verlangen over hun eigen wijk. Ik heb bij al mijn omzwervingen maar xe9xe9n stad aangedaan waar dat meer min dan meer gelukt is: Singapore en dat is een diktatuur waar de vier verschillende kulturen nog net niet in getto’s leven. Overdrijf ik? Chinatown en de diamantwijk in Antwerpen al eens bekeken? Ze kunnen best met mekaar opschieten omdat ze elk hun eigen wijk – zeg maar territorium – hebben. Een mens heeft veel van een territoriumdier en daar is niks mis mee: een mens is een sociaal wezen (doordenkertje).

Dat is xe9xe9n kant van de zaak. De tweede kant is mijn ijsberg-beeld. Dat is er niet zomaar gekomen. Ik heb dat moeten leren door eens een keertje ondergedompeld te worden in een totaal vreemde omgeving. Ik heb om beroepsredenen ooit Maleis geleerd: als je lokale mensen een tijdje moet aansturen kan je er niet zomaar van uitgaan dat ze voor die gelegenheid allemaal hun vervlogen koloniale taal (het Engels) spreken laat staan het verre Nederlands en als gast pas je je aan, toch? Ogenschijnlijk een "primitieve" taal: geen verbuigingen noch vervoegingen, geen lidwoorden, zelfs niet eens het werkwoord x93zijnx94, een woord verdubbelen om het meervoud aan te geven en meer van dat fraais… Primitief? Vergeet het maar: de taal heeft een dozijn woorden om iemand aan te spreken afhankelijk van de graad van beleefdheid die een persoon toekomt en dat heeft te maken met leeftijd, eventuele familierelatie, rang en stand, beroep, dat soort dingen. Het was een Aha-Erlebnis voor me: ineens besefte ik waarom de woordorde in het Italiaans niet zo belangrijk is (het moet mooi klinken vertelde mijn lerares me), of waarom de Fransen de klemtoon dubbel en dik op de uitgang van hun woorden leggen waar wij de klemtoon leggen op de meest betekenisvolle lettergreep. De taal die in een samenleving gesproken wordt is organisch gegroeid uit het geheel van normen en waarden, omgangsvormen, zeden, gebruiken en fatsoensnormen, wat we een gemeenschappelijke kultuur noemen, de kant waar voldoende neuzen naar gericht zijn om die samenleving te kunnen bevestigen in wat we een staat noemen: een organisatievorm die bevoegd is om aan regelgeving te doen en daar suksesvol in is wegens weinig of geen diepgaande tegenstrijdige elementen zoals ik in de vorige paragraaf aangaf.

Ik durf betwijfelen of Walen en Luxemburgers zich goed kunnen voelen in een omgeving met het geheel van normen, waarden en omgangsvormen, zeden, gebruiken en fatsoensnormen dat Vlamingen en Nederlanders gemeen hebben: wat ik ervaar als een open sfeer met gelijklopende waardenschalen, waar orde en netheid hoog in het vaandel gedragen worden, waar regels eenduidig zijn, waar een ja een ja is en een neen een neen, waar afspraken onverkort nagekomen worden, waar kortom niet alleen letterlijk maar bovenal figuurlijk dezelfde taal gesproken wordt. Om heel eerlijk te zijn: ik geloof daar niks van, gezien het vegetatief bestaan waar de Benelux maar niet uit geraakt en de afwijzende houding van het niet-Nederlandstalige deel van Belgixeb inzake al wat ten noorden van de taalgrens tot de geplogenheden en prioriteiten behoort. De daarvoor nodige kultuuromslag is te ingrijpend op het vlak van een samenleving. Hij is al moeilijk genoeg op het individuele vlak.

Als je wil dat de Lage Landen een stabiel en blijvend karakter krijgen komen we niet onder dat goed omlijnde kultuuraspekt uit. Dat is wat we wereldwijd kunnen waarnemen als we niet met open ogen in de val van de multikultuur willen trappen. Taal is in staatvormende kontekst noch oorzaak noch drijfveer maar een gevolg en je moet in zindelijk redeneren oorzaak en gevolg niet willen verwisselen. Taal is het topje van de ijsberg die we kultuur noemen. Kultuur en in het zog daarvan taal zijn ook helemaal geen etnische invullingen. Het op gelijke voet zetten van etnie en taal is nonsens, alleen al omdat een mens zijn etnie onmogelijk kan wijzigen maar zijn kultuur daarentegen wel kan bijstellen en zeker een andere taal voldoende kan leren hanteren voor de noodzakelijke kommunikatie binnen een samenleving. De mate waarin hij vlotter in een samenleving meedraait zie je weerspiegeld in de mate waarin hij zich van de kultuur waar hij in leeft de nodige elementen eigen maakt en dat vind je terug in zijn gelijklopend daarmee verworven taalvaardigheid. Friesland voldoet daaraan en daarom zie ik dat als voorbeeld voor Wallonixeb en Luxemburg indien zij dat wensen met alle gevolgen vandien, jawel.

10 mei 2010
By on 07:08